enfrnl



tags

friche stad netwerk wetgeving

tag: stad

Water als Gemeengoed in Brussel


 

originele tekst gepubliceerd in: Bridges over troubled waters, Crosstalks, VUB press, Brussel 2012, p223-231 - "L'eau comme bien commun à Bruxelles", Dominique Nalpas & François Lebecq

In het tijdperk waarin we leven, lijken we meer dan ooit gefascineerd­ door technologie, die grote menselijke onderneming­ die ons de macht zou geven om het juk van de natuur af te werpen of dat van de mens een verlengstuk van de schepper zou maken. Met water onderhouden we nochtans­ een fascinerende relatie: we projecteren er een beeld op van verlangen, een ideaal van natuurlijke reinheid en maagde­lijkheid, ver verwijderd van technische complexiteit en andere sociale besmetting. We zouden geneigd zijn om te zeggen: “Bedek toch die onzuivere wateren die wij niet kunnen aanzien”, om de repliek van Tartuffe aan Dorine te parafraseren.

Het heldere en zuivere water dat ons zo drinkbaar en schijnbaar zo natuurlijk bereikt tot in het hart van onze steden is in werkelijkheid het resultaat van de toepassing van steeds meer gesofistikeerde en dure technologie. Water is een behaard object1 dat verweven is met een sociale, ecologische, economische en politieke ­complexiteit.

Sedert geruime tijd is water echter onzichtbaar in onze steden. Het is een zwarte vlek in de ruimtelijke ordeningspolitiek, verdrongen uit onze verbeelding en onze ­bekommernissen als burger. En net zoals andere elementen waarvan we de werkelijkheid niet onder ogen willen zien, riskeert het als een verdringing uit het onderbewuste telkens opnieuw de kop op te steken in crisissen die steeds pijnlijker worden. Want de vlucht voorwaarts naar steeds meer technologie –in naam van de vooruitgang– die bepaalde vragen oplost om er andere te creëren, zal nooit slagen in het oplossen van de nood aan een beheer van dit goed op een meer zichtbare en meer bewust manier, dus meer collectief en meer publiek … Anders gezegd, de complexe combinatie van technologie en gemeenschap is slechts mogelijk wanneer de verschillende onderdelen van het bestel zich terdege bewust zijn van hun wederzijdse afhankelijkheid. Water, net zoals het klimaat, is een natuurlijk, maar evenzeer sociaal, economisch en politiek fenomeen dat verdient om beter begrepen te worden als men haar karakter van gemeengoed wil behouden.



 De verloren taal van water

Het verdwijnen van water in Brussel­ dateert van meer dan 150 jaar geleden. Iedereen is vertrouwd met de overwelving van de rivieren in deze stad, die maakt dat ze nu vrijwel geen stromen in open lucht meer heeft. Vanaf het moment dat de waterlopen niet langer economisch interessant waren en ze daardoor als stort­plaats werden gebruikt, waren ze voorbestemd om echte riolen te worden2. Eens overdekt, maakten ze nieuwe verbindingswegen mogelijk, maar tegelijk ook een Hausmaniaanse vorm van sociale controle. Toen stromend water tot in de huizen werd gebracht, ver­dween bovendien ook het pu­blieke fontein. Zo werd het water van bij haar binnenkomst tot bij het verlaten van de stad in buizen gestopt. Doordat het daardoor vooral een technische aangelegen­heid was geworden, verdween het water uiteindelijk uit het publiek domein.

Een meer algemene publieke bewust­wording rond het ver­dwijnen van water uit onze verbeelding en ons ecologisch en ­politiek bewustzijn, is ontstaan naar aanleiding van de zogenaamde crisis rond het storm­bekken van het Flageyplein, eind 2001. Onderaan in de Maalbeek­vallei werden overstromingen meer en meer frequent, en er moest een manier gevonden worden om de bewoners uit de volksbuurten gerust te stellen dat hun kelders in de toekomst ge­spaard zouden blijven. Publieke overheden gaven aan een groep ingenieurs de opdracht om een oplossing te verzinnen en het overstromingsgevaar in te perken. In een mooie voortzetting van de geschiedenis, en gesterkt door hun berekeningen, stelden de ingenieurs het stormbekken als technische oplossing voor. Het principe is eenvoudig en op het eerste gezicht vanzelfsprekend. Het bestaat erin om tijdens stortbuien het overvloedige water te verzamelen in een gigantische ondergrondse kuip die dienst doet als buffer, en die, eenmaal de bui gepasseerd, het water in het rioleringsnet loost. Hoe vanzelfsprekend de oplossing ook moge lijken, het blijft er één van “meer van hetzelfde”: het stormbekken is de spits-technologische oplos­sing die toelaat niet van mening te moeten veranderen over de stad die we samen vorm geven. De stad heeft sedert geruime tijd haar water verdrongen, maar met het stormbekken verdringt ze ook haar woede. De details van het dossier zullen we hier achterwege laten. We beperken ons tot de vaststelling dat de weinig demo­cratische constructie, opgedeeld in sub-projecten om milieu-impact stu­dies te vermijden, uiteindelijk als een katalysator heeft gewerkt. Bovenal was het opdringen van een technologische oplossing in het dense stedelijke weefsel geen onderwerp geweest van publiek debat.

 

Een kwestie van stedelijke planning

Vanuit dezelfde crisis is nog een andere burgerbeweging onstaan die op zoek ging naar oplossingen voor het stormbekken. Een paar muiskliks op Google volstonden om vast te stellen dat in Duitsland en Nederland stormbekkens niet langer gebruikt werden in stedelijke context. Al gauw werd er een ware conferentie georganiseerd3. Architect-ecologisten4, hydrologen, enz. aarzelden niet om alternatieven voor te stellen. Maar vooral de analyse en de basis­principes werden voor goed vastgelegd.

Overstromingen onderaan in de vallei nemen toe, omdat de hoger gelegen bodem steeds meer waterdicht is geworden. Studies tonen de omvang van dit feno­meen duidelijk aan in Brussel5. Om overstromingen te voorkomen, komt het er daarom niet op aan om gecentraliseerd te werk te gaan, en in te grijpen waar water het probleem veroorzaakt, maar wel gedecentraliseerd aan de slag te gaan daar waar het water valt, in het gehele stroombekken en stroomopwaarts van de plek waar het probleem zich stelt. Meerdere, vaak eenvoudige technische oplossingen kunnen zowel per perceel als op de openbare weg toegepast worden, en berusten op eenvoudige principes: water-infiltratie, verdamping, evapo-transpiratie, de stroom vertragen door meervoudig gebruik. Voorbeelden elders tonen bovendien aan dat deze oplossingen creatief kunnen zijn, en daardoor, vaak op een participatieve manier, de omgeving kunnen verfraaien en terug vegetatie in de stad kunnen brengen. Het perspectief van gedecentraliseerde en participatieve actie brengt ook een nieuw, meer algemeen principe aan, namelijk dat van de “solidariteit van het stroombekken6 “. Maar vooral, volgens ons, een dergelijke aanpak die niet enkel gestoeld is op de symptomen –overstromingen– maar ook de oorzaken –het water­dicht maken van de bodem– , stelt in veel bredere zin de vraag naar de relatie die we in de stad willen met de natuur. De water-kwestie verlaat haar technische pijp­leidingen en wordt een kwestie van ruimtelijke ordening. De inge­nieurs staan niet langer alleen!

Op die manier vond voor het eerst­ in Brussel een debat plaats over deze thema’s7. Water kwam schuchter terug aan de oppervlakte.­ Jaren gingen voorbij en het werk in het stroom­bekken van de Maalbeek evolueerde langzaamaan maar vastberaden op basis van de spontane initiatieven van verschillende collectieven8. Het dient ook gezegd dat in deze vallei het concept van Nieuwe Stadsrivieren (NSR)9. werd ­geboren.

 

Water als gemeengoed definiëren

Maar de cirkel is nog ver van rond. Een tweede bepalend moment kondigde zich aan, namelijk dat van het zuiveringsstation van Brussel-Noord. Deze crisis was op gewestelijk niveau wat het stormbekken voor de Maalbeek-vallei was. Velen herinneren zich het fameuze ogenblik waarop in het diepst van de winter Aquiris –Publiek-Privaat Partnership (PPP) tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) en Veolia, een Franse multi-national– unilateraal besliste om ongezuiverd afvalwater in de Zenne te lozen en zo, tegen een achtergrond van milieu-chantage, in een ware media storm terecht kwam. Sommigen zagen hierin een symbool van de heersende confrontatie tussen een publiek en privaat beheer van water. Het had alles van de confrontatie: vermarkten van water versus water als gemeengoed.

Naar aanleiding van de vaststelling dat in de confrontatie publiek/privaat het private geneigd is om te winnen10, werden de Staten-Generaal van het Water in Brussel (EGEB) opgericht. De EGEB kunnen best gezien worden als een brede en hybriede bevraging door “burger en expert” van de waterpolitiek op het snijpunt van twee denk- en actie-stromingen: de ene stedelijk en lokaal verankerd en ontwikkeld door collectieve actie; de andere geglobaliseerd rond het idee van water als gemeengoed11. Aan de basis van de EGEB ligt de idee dat de staat er alle baat bij heeft om partnerships aan te gaan met de burger. Gedurende bijna een jaar, van april tot november 2011, hebben de EGEB, parallel aan het openbaar onderzoek voor het Waterbeheersplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat ze begeleidden, de hypothese getest dat een nieuwe benadering van water als gemeengoed mogelijk is, in zoverre de aanpak ruimtelijk en ecosystemisch is12.

Maar is water wel een gemeengoed? Het aanvangspunt van de reflectie is het idee dat water een levensbelangrijk element is dat niet meer vermarkt kan worden. De eigenschap van gemeengoed die toegedicht wordt aan water is intrinsiek aan, en niet afhankelijk van sociale en economische voorwaarden. Dit is een defensieve definitie en daarom is het aan de publieke overheden om dit goed te beheren... Vanuit dit perspectief is water een publiek gemeengoed.

Bij deze eerder transcendentale aanpak, voegde zich een meer fundamentele definitie: water is enkel een gemeengoed, als het echt beheerd wordt als een gemeengoed. Deze definitie hangt niet af van de eigenheid van het goed in kwestie, maar van het mobiliseren van een collectieve actie met duurzame doelstellingen. Het is nu nog niet nodig om te kiezen tussen deze twee definities, ze kunnen tegenover elkaar bestaan: de ene die de andere impliceert, of de ene die afgeleid wordt van de andere.

Het benadrukken van deze notie van gemeengoed is niet on­schuldig. De laatste jaren werd de definitie opnieuw onder de aandacht gebracht nadat de Amerikaanse econome Elinor Ostrom de Nobelprijs voor Economie toegekend kreeg. Zich baserend op historische, sociologische, antropologische en andere data, toont ze in ‘Governing the Commons13’ aan dat individuen wel degelijk in staat zijn om ingenieuze en ­efficiënte manieren uit te vinden voor het beheer van middelen die collectieve eigendom zijn. Haar case studies “vernietigen de overtuiging –die stevig verankerd is bij politologen– dat de enige oplos­sing voor de problemen die het beheer van collectieve middelen met zich meebrengen erin bestaat dat een gecentraliseerde of geprivatiseerde externe overheid een regularisering oplegt.” Ostrom toont aan dat deze oplossingen bestaan uit een “intelligente combinatie van private en publieke middelen”. Haar positie gaat in tegen de these van Garett Hardin die in de jaren ‘80 in “The Tragedy of the Commons14” met volle overtuiging leek te argumenteren “ter verdediging van de efficiëntie van privé-eigendom voor de aarde en haar grondstoffen, en daarbij een onweerlegbare rechtvaardiging bracht voor privatisering”15.

 

Participatief waterbeleid in Brussel

Rond de definiëring van gemeengoed en collectieve actie vormde zich uiteindelijk het « Voorstel voor een participatieve waterpolitiek in Brussel ». Verschillende denk-ateliers gaven tientallen mensen de kans om het voorstel uit te werken,­ dat zich nu laat samenvatten in vijf benaderingen, vijf perspectieven16. We zullen er hier slechts enkele van behandelen.

Water als gemeengoed ver­onderstelt een relatie met de ruimte, met de geografie. Het water heeft vorm gegeven aan het landschap,­ laat nu op haar beurt het landschap­ vorm geven aan het water, wordt wel eens poëtisch gezegd. Het idee is dat het stroombekken de geografische entiteit van het waterbeheer zou worden, eenvoudigweg omwille van de zwaartekracht. Water trekt zich niets aan van verschillende grenzen, perceel-indelingen, administraties, gemeentes, enz. De benadering per stroom­bekken wordt recent bevestigd door stedenbouwkundigen die een duurzame17 en polycentrische stad verdedigen en versterkt de gedachte dat de ruimte centraal staat in het waterbeheer.

Water als gemeengoed impliceert ook een bevraging over technologie. Water is een veel te ernstige zaak om zo maar over te laten aan water-operatoren en techniekers, om Clémenceau18 dan maar eens te parafraseren. Technische oplossingen zijn altijd aanvecht­baar en verwijzen steeds terug naar menselijke keuzes. Bijvoorbeeld om overstromingen te beperken moeten compenserende maatregelen –zoals de NSR– niet gezien worden als een annex bij een stormbekken, maar samen met deze laatste als deel van een steeds breder spectrum aan ­mogelijkheden.

Water als gemeengoed veronderstelt een echt gemeenschappelijk beheer. Dat is een gevolg van wat voorafging. Wat we vaststellen in onze modellen van technologische­ democratie, is dat water zeer ver af staat van de dagdagelijkse bekommernissen van de burgers, tot het moment waarop de waterfactuur komt of men zich met de voeten in het water bevindt. Dat komt omdat die burger het beheer van water totaal uitbesteedt aan de politiek, die het voor een groot deel uitbesteedt aan een administratie die het op haar beurt uitbesteedt techniekers, lees: privé financier­ders. Van zodra het gemeengoed niet langer een zaak van specia­listen is, wordt het nodig om een gemeenschappelijke dialoog te creëren met politieke besluitvormers, met techniekers, met water-operatoren, onderzoekers en burgers. Samen kunnen ze een collectieve intelligentie en een globale visie doen ontstaan rond het beheer van water in haar omgeving die een meer open en toegepaste besluitvorming zou moge­lijk maken voor actie op zowel lokale als globale schaal.

Water als gemeengoed veronderstelt dat het gefinancierd wordt door publieke overheden. Vandaag wordt het gefinancierd door de verbruiker consument vanuit het vaak verkeerd begrepen perspectief van « totale dekking van de kosten » wat vaak verkeerdelijk vertaald wordt als « het water betaalt het water ». Maar is het wel terecht dat de verbruiker moet betalen voor bijvoorbeeld het beheer van aanzienlijke volumes regenwater? De vraag is buiten­gewoon complex, maar de huidige vereenvoudiging ervan die de totale kost van waterbeheer naar de verbruiker stuurt, is misleidend en draagt enkel bij tot een meer technische en economische benadering.

Water als gemeengoed ver­onderstelt een grensoverschrijdende aanpak. Brussel ligt in een stroomgebied dat zowel stroom­opwaarts als stroomafwaarts weder­zijdse verantwoordelijk­heden met andere gewesten creëert. Maar als politieke actor zou het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op dit vlak de beperkende kaders van de Europese regel­geving rond water-politiek moeten kunnen beïnvloeden.

Op dit punt aangekomen zouden we kunnen stellen dat EGEB er tenminste in geslaagd is om een beetje meer water uit de leiding­en te halen om er een publiek debat mee te voeden. Wat getest werd, tenminste op intellectueel vlak, heeft de noodzaak aangetoond van experimenteer-ruimte en hybriede fora op verschillende schalen. Nu komt het er op aan om deze ervaringen echt en concreet te maken op langere termijn. Water is uiteindelijk ook maar een manier om ecologische vraagstukken te her-politiseren, zoals Bruno Latour19 bepleit. We moeten toegeven dat we de planeet ge-­artificialiseerd hebben, zegt hij. Laten we, eerder dan het ­mengen van het menselijke en niet-menselijke te proberen vermijden in een radeloze zoektocht naar pure natuur, hybriede constructies opzetten die van deze objecten echt gemeengoed maken, vinden wij. De aanknopingspunten bestaan om dit experiment op grote schaal te ondernemen.

En laten we misschien de conclusie van dit artikel over aan de EGEB zelf: « Aan het eind van deze denk/actie cyclus, voelen wij een ­intuïtie. Namelijk dat de ver­markting van het water, die ongetwijfeld gebaseerd is op een solide ideologische basis, zich voor een groot stuk ontwikkelt op de versnippering van de verschillende actie-domeinen van dit goed, van het lokale tot het internationale. Mercantiel opportunisme kan zich nestelen in onze pragmatische onbekwaamheid om collectief het beheer van dit natuurlijk goed vorm te kunnen geven »

terug



City Mine(d)

Eau Propre | Proper Water by City Mine(d)
is licensed under a Creative Commons
Attribution-NonCommercial-ShareAlike 2.0 Belgium License

Creative Commons License

-Login-